Een paar weken geleden werd het nieuws de wereld ingestuurd dat Marleen Temmerman het directeur wordt van de cel Reproductive health and Research van de Wereldgezondheidsorganisatie. Een positieve noot, want deze vrouw zet zich al jaren in voor de seksuele gezondheid van vrouwen wereldwijd.
Vandaag hoopt ze luidop in De Standaard op meer (financiële) hulp voor vrouwen en kinderen in het Zuiden. Geld dat besteed moet worden aan middelen voor geboortebeperking, geld dat vrouwen de kans moet geven zelf te beslissen over gezinsuitbreiding. Jammer genoeg is geld alleen niet genoeg. Wat nodig is, is een mentaliteitsverandering, zeker in een islamitisch land als Niger.
6 maanden getrouwd? En waar blijft de baby?
Maandagochtend 8u30. De secretaresse is niet op post. 10u, nog steeds geen spoor. Haar man komt langs om te zeggen dat ze zich niet wel voelt. Ik bel haar op om te vragen of het gaat. Met zwakke stem antwoordt ze dat ze zal proberen die namiddag toch te komen. Ik weet al dat het niet zal lukken.
11u Een vriend van een collega komt langs. ‘Waar is Mamou?’, vraagt hij me. ‘Ziek’, antwoord ik; waarop hij begint te grijnzen en me doodleuk vertelt dat wanneer een vrouw hier ziek is, dat ook vaak goed nieuws betekent. ‘Een kind opkomst!’ Geweldig ja. Ik vraag me af of iemand haar ooit de vraag gesteld heeft of ze dat zelf wel ziet zitten, kinderen enzo. Ze is de tweede vrouw van een niet arme zakenman. In huis lopen al een stuk of 4 kinderen rond. Niet de hare, wel die van haar ‘co-épouse’. Dus natuurlijk wil ze kinderen, want ook zij moet tonen dat ze vrouw is, vruchtbaar, haar taak op deze wereld kan volbrengen. Want, zo wordt me ook verteld : ‘De vrouw is daar om de man te vergezellen en zich voort te planten.’ Juist.
Wanneer ik aan een aantal collega’s vraag wanneer zij denken dat Mamou zwanger zal worden – ze is net 6 maanden getrouwd – krijg ik steevast het antwoord dat het nu toch wel mag gaan komen. 6 maanden! Ja, het wordt tijd. Ze deed een echografie een paar weken geleden. Iedereen wachtte in spanning op de resultaten. Maar nee, niets. Ze huilde op kantoor. Iets wat je hier niet doet. Je lacht, je zegt dat alles goed gaat. Soms mag je een beetje boos zijn. Maar huilen? Nee. Haar wereld stortte even in elkaar.
Het (on-) recht om nee te zeggen
In het artikel van 11/05 ‘Omdat elk kind en elke vrouw telt’ (DS) vond ik de zin : ‘Geen pil, geen condooms en misschien ook niet de kracht om nee te zeggen’. Ik moest lachen. Geen vrolijke lach. Eerder wrang zelfs. Welke kracht? Verander die woorden in de Nigerese context gerust in ‘niet het recht om nee te zeggen’. Kinderen zijn een geschenk van Allah. En met een bevolking van 98% praktiserend moslims, is God hier nogal genereus met zijn geschenken. Maar zoals wij in het Westen onze kerstcadeaus wel een achteloos laten slingeren na het feest, gebeurt dat hier ook wel vaker met die gaven Gods. Honderden, zo niet duizenden kinderen leven op straat. Vele ouders schenken hun kinderen weg aan Maraboets die hun opvoeding in handen nemen. In ruil daarvoor sturen ze de kinderen de straat op, om te bedelen om eten en een aalmoes. Want onderwijs kost geld. En geld, dat hebben de meesten hier niet.
En wat (dan) nog?
Maar het geloof is niet de enige drempel – hoewel wel de hoogste, want naast het ‘on-recht’ m.b.t. geboortebeperking, bestaat hier ook polygamie. Een man, meerdere vrouwen, en bijgevolg dus ook meer kinderen per gezin. Wanneer we hier spreken over een gezin, schrap dan trouwens alvast maar het ‘een jongen, een meisje en de ouders’-idee. Gemiddeld baart een vrouw hier tijdens haar leven 7,1 kinderen. In de stedelijke gebieden en bij hoger opgeleide vrouwen schommelt dat cijfers rond de 5, in arme gezinnen en in het binnenland waar de vrouwen vaak minder opgeleid zijn, ligt het gemiddelde rond 8. Maar wie een gezin wilt vinden met 15 kinderen, zal in het binnenland niet lang moeten zoeken.
Daarnaast heeft Niger een heel erg jonge bevolking. Ongeveer de helft van de inwoners is 15 jaar of jonger. En deze jongeren zullen over een paar jaar zelf een gezin stichten. De bevolking groeit met 2,5 à 3,5 % per jaar, afhankelijk van de bron. Rond 2020 wordt geschat dat het aantal inwoners van Niger verdubbeld zal zijn. En indien er geen aangepaste strategieën worden uitgewerkt om het hoofd te bieden aan deze bevolkingsexplosie, zullen de hongernoden, het gebrek aan infrastructuur (hospitalen, scholen, wegen,…) en het leed van de armsten in dit land alleen maar toenemen.
Een andere factor die bijdraagt tot het leed van vrouw en kind, is het gebruik meisjes op zeer jonge leeftijd uit te huwen. Eens de leeftijd van 14 à 15 jaar bereikt, wordt een vrouw in ruraal gebied als huwbaar aanzien. Vaak is het meisje in kwestie niet eens volgroeit, wordt ze zwanger en ondergaat ze hiervan zware gevolgen, van miskramen tot moedersterfte.
Verder is de toegang tot de gezondheidszorg lang niet voor iedereen toegankelijk en niet van een voldoende hoog niveau. De meesten mensen beschikken niet over de middelen om goede zorgen te betalen. Het enige systeem van sociale zekerheid dat werkt, is beroep doen op familie. Naast katten bevolken honderden vrouwen met kookpotten de gangen van de Niameyse ziekenhuizen. Wie niet kan rekenen op familieleden die eten komen brengen, sterft van de honger i.p.v. de ziekte waarom hij binnen werd gebracht. Zwangere vrouwen wachten vaak uren op iemand die hen kan begeleid tijdens de arbeid. Omdat zorg duur en onzeker is bevalt een groot deel van de vrouwen gewoon thuis, zonder begeleiding.
Maar dit thuis bevallen heeft nog een andere reden. Een Nigerese vrouw heeft niet het recht zelf te beslissen wanneer ze naar het ziekenhuis gaat. Zolang haar man geen toestemming geeft, zal niemand een vinger naar haar uitsteken, zelfs niet als de noodl erg hoog is. Vertrekt een vrouw toch op eigen houtje, staat dit gelijk aan de grootste schande en riskeert ze sociale uitsluiting.
Een oplossing?
Bestaat er dan een goede oplossing voor al deze problemen? Het antwoord is ja en nee. Uit cijfers blijkt duidelijk dat hoger opgeleide ( lees: middelbare school ) vrouwen vaak minder kinderen krijgen, minder sterven in het kraambed en meer communiceren met hun echtgenoot over gezinsuitbreiding. Een stap in de goede richting is dus het beter toegankelijk maken van onderwijs voor vrouwen en het sensibiliseren van de bevolking omtrent het thema in het algemeen. Om dit te doen moeten echter bepaalde partijen overtuigd worden van de noodzaak om het aantal kinderen in te perken en het recht op zelfbeschikking van de vrouw te respecteren. En dat wordt geen makkelijke klus. Het vinden van de steun van religieuze leiders is in deze kwestie onontbeerlijk. Het creëren van een open debat cultuur en een bewustzijn gebaseerd op feiten mogen evenmin ontbreken. Vele Imams (maar zeker niet alle!) wijzen naar Allah die het zo wilt, de mannen nestelen zich in het comfortabele rol van gezinsleider en ‘kostwinner’ (ja, die haakjes zijn nodig) en de vrouwen? Zij aanvaarden hun rol. Althans, zij die niet beter weten. Vandaar de dag begint de situatie zachtjes aan te veranderen. Maar de weg is lang en bezaait met putten en vluchtheuvels. En toch, ooit geraken ze er wel, die Nigerezen. Tenminste, als dat geld van Bill en Melinda Gates in sensibilisering en opleiding geïnvesteerd wordt. En niet alleen in pakjes condooms.