New:
avatar

Werken op een Benins ministerie: de ‘cultuurshock’

Ik zie mezelf als een avonturier, steeds op zoek naar nieuwe ervaringen. Een echte antropoloog, met oog voor culturele en sociale gevoeligheden. Ik hou er dan ook van om met mensen te praten, om te weten te komen hoe hun leefwereld in elkaar zit, wat hun realiteit is. De beste tijd van mijn leven heb ik gehad de maanden die ik in Woricambo woonde, een dorpje in het noorden van Ghana, zonder stromend water, en bij geluk wel een beetje elektriciteit. En mijn tijd vullen met zoals Thijs, mijn man, smalend zou zeggen ‘zitten onder een boom niets doen’. Ik zou er nog bijlappen ‘en praten met de mensen’.

Ik heb mezelf dan ook wat moeten aanpassen aan de realiteit van het werken op een Benins ministerie. Het gaat hier niet meer om praten met de mensen over dagdagelijkse dingen. Het is betreft hier meer het algemene plaatje. Het is eerder een beleid opstellen, strategieën uitwerken, visies formuleren, enzovoort. Met nog weinig oog voor een paar mensen in een dorp bijvoorbeeld.

Het heeft me tijd gekost, maar ik denk dat ik me goed heb aangepast. Slippers in de kast, hakjes naar boven, iets wat deftigere kledij laten maken, steeds oorringen in, en ik maak al eens een opmerking in een of ander nationaal atelier. Ik ben een echte ‘madame’ geworden. Maar nog steeds in hart in nieren dezelfde antropoloog, dacht ik.

Zoek mij!

Zoek mij!

Tot ik op missie ging, enkele weken geleden. Op missie gaan, het klinkt exotisch. En voor mensen in een meer operationeel project is het dat meestal ook. Mensen in onooglijke dorpjes gaan bezoeken, boerengemeenschappen advies geven, … Bij mij is dat eerder een of ander atelier of vergadering hebben in een andere stad.

Behalve deze keer. Deze keer hadden we een ‘restitutieatelier’ in Péhunco, een dorpje op 700 km rijden van Cotonou. Enkele mensen van het ministerie hadden daar een onderzoek gedaan naar hoe lokale kaas wordt gemaakt en hoe die aan de man gebracht wordt. Van daaruit zouden ze lessen trekken en de ‘bonnes pratiques’ kunnen overmaken naar andere dorpen. Maar in dit atelier werden de bevindingen eerst gedeeld met de actoren zelf: enkele Peul.

De Peul zijn nomaden die met hun vee rondtrekken. Het vee is van de man, de melk behoort de vrouw toe. Die melk gebruiken ze om kaas te maken: ‘Gasiirè’ in het Peul. Die kaas wordt zelfs in Cotonou gegeten. En toch worden de Peul niet graag gezien. Ze worden bestempeld als moeilijk, krijgen vaak problemen met de landbouwers en hebben veelal ook minder scholing genoten. Je kunt het een beetje vergelijken met de Roma zigeuners bij ons.

Enkele Peul mannen

Enkele Peul mannen

Hen zien zitten in het kleine zaaltje was al een aanpassing. Geen mooie pakken en stropdassen, maar lange gewaden, op arafats gelijkende sjaals en traditionele met leer overspannen hoeden. Ze zaten stil op hun stoel, wachtend op de afloop van het exposé. Daarna was er één onder hen die alles kort samenvatte in hun eigen taal.

Al viel er weinig te communiceren, ik was al enorm blij om dit te mogen meemaken en hun kritieken te horen op het onderzoek. Het gaf een beter beeld van de problemen waartegen ze vechten. Ik voelde me opnieuw een klein beetje antropoloog. Maar ik was niet voorbereid op wat er volgde.

Na het atelier, al wachtend op de ‘caterer’ voor een drankje en een broodje, kwam er een man op me toe gestapt. Hij had een klein plastieken flesje bij zich, waarbij hij met ijzerdraad een handvatje rond had gefabriceerd. Hij nam een leeg plastieken flesje van tafel waar ik uit gedronken had en zwaaide ermee in mijn richting. Ik gebaarde dat het inderdaad mijn flesje was. Hij deed nog een paar tekens, dus ik knikte en toonde dat hij het flesje mocht houden. En toen, de blik van die man. Stralend ging hij terug naar de rest van de groep, het flesje verdween in de plooien van zijn kleed. Ik was er even toch niet goed van. Ik had die man gelukkig gemaakt met een simpel plastieken flesje.

En dan besefte ik wat dit alles met mij deed. Terwijl ik vroeger niet zou hebben opgekeken van zoiets, was ik nu echt een beetje van de kaart. Blijkbaar heeft het werken op het ministerie toch niet enkel mijn kledingsstijl en assertiviteit aangepast, maar ben ik ook een beetje de voeling met de mensen verloren. Iets waar ik vroeger zo trots op was. Het deed me toch wel even jaloers zijn op de juniors die in operationele projecten werken.

Al bij al was het nog een productieve voormiddag geweest. Ik was een ervaring én een man rijker!

Het gelukkige nieuwe echtpaar

VN:F [1.9.21_1169]
I like this
5 people like this

Leave a Comment