New:

De bilaterale cooperatie in perspectief

Bijdragen tot de sensibilisering van de Belgische bevolking voor ontwikkelingssamenwerking via de ervaringen van de Junior Assistenten op het terrein“, ziedaar de derde grote doelstelling van het Junior programma van de BTC.
Een vage opdracht die volgens mijn taaladviseur beantwoordt aan de volgende taakomschrijving: belangstelling wekken voor, bewust maken voor, gevoelig maken voor, ontvankelijk maken voor en warm maken voor. En dat allemaal in enkele artikels!
Er van uitgaand dat deze doelstelling -hoewel zeer nobel en terecht- hoe dan ook te hoog gegrepen is, stel ik mij een bescheidener doel: via deze blog enkele van mijn ervaringen en bedenkingen delen, die in het beste geval bijdragen tot enige reflectie en discussie over mijn project en over ontwikkelingssamenwerking in het algeleen , en in het mindere geval toch op zijn minst voor enkelen tot kortstondig amusement dienen!

Alvorens dieper in te gaan op het project ‘Appui au Développement Socio-Economique et Culturel’ waarvoor ik aangewezen ben als communicatieverantwoordelijke geef ik graag eerst een algemenere situatieschets mee.

De grote Belgische (of alleszins Vlaamse) steden werden de laatste jaren geteisterd door een nieuw fenomeen: ‘wervers’, oftewel jongens en meisjes, gewapend met clipboard, pen en flashy regenjas die uw doorgang naar het station, de winkelstraat of het park vastberaden versperden. Hun missie: u (hier gaan we weer) ‘sensibiliseren’ voor hun goede doel in kwestie -Oxfam solidariteit, WWF, Amnesty International, UNICEF,..- en, vooral, uw hart en uw portefeuille openstellen voor ditzelfde doel. Minstens éénmaal heeft u uw trein gemist en zeker één van hen heeft u intussen overtuigd van het nut van het werk van zijn of haar organisatie, de noodzaak dit werk onafhankelijk te blijven uitvoeren en bijgevolg van de cruciale impact van uw bijdrage. Al was het maar om de volgende keer met een brede grijns te kunnen zeggen: ‘maar ik ben al donor’ en zo zonder gewetensbezwaren de andere wervers af te wimpelen en uw trein van 18u24 te halen. Of omdat u het beeld van een uitgeregend jong meisje met grote hoopvolle ogen op uw gemoed werkte als Clouseau in zijn betere dagen. En ach, twee en een halve euro per maand, wat is dat nu?! Fiscaal attest inbegrepen!

De BTC -Belgische Technische Cooperatie- belooft plechtig uw doorgang naar het station nooit te versperren, niet te smeken om een doorlopende opdracht, neen, u hoeft zelfs geen balpen of sleutelhanger te kopen, en ook een eenmalige schenking of legaat is niet nodig.
En toch is deze organisatie actief in ruim 300 projecten, verspreid over een twinigtal landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika, en stelt zij haar middelen en expertise ter beschikking van de strijd tegen armoede in sectoren zo divers als onderwijs, gezondheidszorg, toegang tot drinkbaar water, voedselzekerheid en good governance.
Bovendien biedt de BTC werk aan een 650-tal personen in binnen- en buitenland, en onderhoudt zij nauwe contacten met de Wereldbank, de Europese Unie, verschillende niet-gouvernementele organisaties en universiteiten.
Waarom wil deze organisatie dan uw geld niet?! Simpel: ze heeft het al. De BTC is het Belgisch agentschap voor ontwikkelingssamenwerking en wordt dan ook gefinancierd door de Belgische overheid. Met uw belastingsgeld dus. Al is dit vast de reden dat uw vertrouwder bent met pakweg Artsen Zonder Grenzen ‘AZG’ dan met ‘BTC’, dit betekent niet dat zij u niet wil sensibiliseren, overtuigen van haar missie en zich verantwoorden ten aanzien van haar gulle schenkers.

Zijn jullie al een beetje warm gemaakt ;) ?

In de praktijk van de ontwikkelingssamenwerking zijn er belangrijkere verschillen tussen niet-gouvernementele organisaties en bilaterale hulp dan de manier waarop ze gefinancierd worden (zeker gezien ook sommige ngo’s voor het merendeel van hun fondsen afhangen van de overheid).
Gouvernementele of bilaterale ontwikkelingssamenwerking impliceert immers dat elk project, elk programma, het resultaat is van een akkoord tussen België en een andere overheid, in mijn geval de Rwandese. Dit betekent dat wij het nationale beleid in de sector waarin we werken moeten respecteren en versterken, en dat we in de meeste gevallen zeer nauw samenwerken met de overheid: een project werkt vaak binnen een bepaald ministerie of met de lokale overheden zoals de provincie. Dit systeem heeft voor- en nadelen. Zo spreekt het vanzelf dat wij als buitenstaanders niet zomaar projecten kunnen opzetten zonder rekening te houden met de nationale overheid en politiek. Het is immers hun taak om hun land te besturen en op langere termijn te ontwikkelen en te handhaven. Ontwikkelingssamenwerking kan hierbij een handje helpen, dit proces versnellen, ideeën aanreiken maar niet in de plaats van de staat in kwestie komen te staan. Werken met de overheid vermijdt vaak dubbel werk, dubbele investeringen en helpt de inspanningen van verschillende donoren te coordineren. Zo kan het land in kwestie haar eigen taken beter plannen, wat dan weer bijdraagt tot sterker beleid op langere termijn!

De keerzijde van de medaille is dat de interventies van de bilaterale samenwerking zich in zekere zin ook beperken tot wat het nationale beleid voorschrijft. In mijn geval is dat de nationale verzoeningspolitiek, gezien het project kadert in de verzoening na de genocide. En de decentralisatiepolitiek. En de wet op openbare aanbestedingen. En de anti-corruptiemaatregelen niet te vergeten. Heel veel regels die er in de praktijk vaak toe leiden dat onze projecten traag op gang komen, kreunen onder de administratie, en veel tijd besteden aan het volgen van procedures in plaats van het werken met en voor de bevolking! Zeker in een land met een sterke staat zoals Rwanda wegen al deze regels zwaar door. Klein voorbeeldje: in Rwanda wordt zeer streng opgetreden tegen corruptie. De wetten hieromtrent zijn duidelijk. Het is voor een project dan ook niet toegelaten om zomaar te beslissen met wie het samenwerkt -voor het organiseren van opleidingen, het aankopen van voertuigen, het aannemen van personeel, zich te voorzien van kantoormateriaal-. Dit alles verloopt via de befaamde ‘marchés publics’ wat kort samengevat wil zeggen dat het project moet bekend maken waar het naar op zoek is, waarna geinteresseerde ondernemers, studiebureaus, … een voorstel tot samenwerking kunnen indienen. Zo gaat dat ook voor pakweg fotokopies. Toen ik op een dag opgedragen werd een duizendtal kopies te nemen ter voorbereiding van een planningsatelier, was de kopiezaak die het contract binnengehaald had echter gesloten. Geen nood, gelukkig kende een collega nog een andere ‘papeterie’ waar reeds een samenwerkingscontract mee bestond. Helaas was dit contract afgesloten op basis van de capaciteit van deze handelszaak om balpennen te leveren, en niet bepaald die wat betreft het leveren van fotokopies. Tien uur heb ik doorgebracht in de zaak, met het handmatig recto-verso kopieren van die duizenden pagina’s, op een kleine huisprinter. Lang leve de anti-corruptie…

De andere kant van het verhaal luidt uiteraard dat de BTC ook binnen het Belgische beleid opereert, en de Belgische wetten moet respecteren. Werken voor de BTC is dus als het ware werken voor twee overheden tegelijkertijd. Niet-gouvernementele versus bilaterale hulp, wat draagt het meest bij, heeft het meeste impact? Is het werk bij een NGO ‘aangenamer’, concreter? Beter? Vullen beiden elkaar aan of opereren ze parallel? Vragen die ik mij hier geregeld stel, maar zeker geen gemakkelijk antwoord op vind!

VN:F [1.9.3_1094]
I like this
7 people like this

3 Comments »

  1. Thomas Hiergens said,

    August 23, 2010 - 11:40 am

    Beste Hanne,

    Leuk stukje.

    Interessante vragen die je jezelf stelt over sensibilisering, zeker voor iemand als mij werkzaam op de sensibiliseringsdienst van de Belgische ontwikkelingssamenwerking (DGD). Mag ik hopen dat ik je nooit aan het station tegenkom met getrokken balpen in aanslag…

    Jouw woorden ‘werken voor BTC is werken voor 2 overheden tegelijkertijd’ vind ik best gepast. Dat is ook zo en dat moet ook zo. Maar we mogen natuurlijk niet naïef zijn: je werkt nog steeds méér voor België dan voor Burundi, al zie je dit wellicht zelf niet steeds zo of voelt het toch zo niet aan.

    Ontwikkelingssamenwerking (OS) is natuurlijk veel meer dan ngo’s of bilaterale hulp alleen. Er is ook de multilaterale hulp (VN, EU, FAO, WFP…): dit neemt veruit de grootste hap uit het budget van de Belgische OS, meer dan bilateraal en niet-gouvernementeel, ongeveer een 38% in 2009. En de bureaucratie op dit multilaterale niveau is nóg vele malen groter dan bij onze bilaterale hulp… zou je voor de multi’s willen/kunnen werken?

    De groeten aan Ruben Baert ginder in het verre Rwanda, hij kent mij wel…

    Ik wens je al ‘t beste met je project,

    Thomas Hiergens

  2. Hannes said,

    September 14, 2010 - 7:19 pm

    Hey Hanne,

    Interessante post, leuk dat je je kritische bedenkingen ter reflectie ook aan ons voorschotelt. Vanuit mijn ervaring hier in een groeiende Peruaanse middenveld-organistie/boerenbeweging en werkend via een Belgische NGO, kan ik een beetje aanvullen.

    “Dit systeem heeft voor- en nadelen. Zo spreekt het vanzelf dat wij als buitenstaanders niet zomaar projecten kunnen opzetten zonder rekening te houden met de nationale overheid en politiek.” De paragraaf waarin deze zin voorkomt, lijkt te impliceren dat NGO’s de fouten die je opsomt steevast begaan. Alhoewel ik hier projecten van allerlei pluimage tegenkom, ben ik het daar niet mee eens.

    Belgische NGO’s die hier in Perú projecten of programma’s opstarten gaan in theorie uit van een diepgaande context-analyse met de betrokken belanghebbenden en lokale partners. Als deze oefening degelijk gebeurt, nemen ze dus ook de nationale overheid en politiek en — meer micro — de lokale context in overweging. Ik was zelf getuige van zo een identificatie-workshop (met problem tree en alles er op en er aan) met de partners van ADG in een groeiend netwerk voor ecologische landbouw in de provincie Ancash.
    Zo groeit de slagkracht van Peruaanse Middenveld-organisaties om net zoals StRatenGeneraal en Ademloos de stem te verkondigen van een belangrijke groep burgers die het niet per se eens hoeven te zijn met het beleid van hun eigen respectieve overheden.

    Langs de andere kant leer ik ook een multilateraal project kennen waarin de verantwoordelijke, onder druk van de financiële partners waarschijnlijk — doch compleet zinloos, in de laatste maanden van het programma nog snel enkele indicatoren uit het “Logische kader” probeert te “scoren”.

    Als de bilaterale samenwerkingsprojecten van BTC de taak hebben om overheden te versterken en bijdragen tot een beter beleid op langere termijn, dan lijkt het belang van NGO’s me in het feit dat ze de “civil society” versterken.

    Via jaren van samenwerking, interactie, processen van ‘trial and error’ en “capacity building”, slagen Westerse NGO’s er in om bij te dragen tot de versterking van dit maatschappelijke middenveld in de partnerlanden. Boerenbewegingen, Peruaanse landbouw-NGO’s en -netwerken, in mijn geval.
    Op deze manier zijn ANPE PERÚ en haar partners er bijvoorbeeld in geslaagd om de “Wet ter promotie van de organische landbouw” te laten goedkeuren en zijn we momenteel in de ijver voor de acceptatie van de nodige reglementering hier rond (het techisch reglament van de organische landbouw).

    Zo krijgt de Peruaanse burger — ook de familiale landbouwfamilie in het hooggebergte of de “nativo” uit de Amazone — stilletjes aan een stem ten aanzien van de Peruaanse overheid om te garanderen dat de nationale politiek beantwoordt aan de eisen en behoeften van de gehele bevolking.

    Groeten uit Perú.

  3. René Devisé said,

    August 31, 2011 - 11:15 pm

    Hey Hanne,
    Werken voor twee Overheden tegelijk: il faut le faire!! En dan nog wel in Rwanda. Besteed mijn belastinggeld met zorg en doordachte geestdrift. En als je meent dat je taak in Rwanda volbracht is… kom dan terug naar Vlaanderen en doe mee aan een journalistenexamen van de VRT. Je formuleert helder en briljant. Als je dat koppelt aan je gedrevenheid om de wereld te helpen verbeteren dan word je met absolute zekerheid de nieuwe Katrien Vanderschoot. En vanuit die positie kan je met je in humor gedrenkte pen sterk werk verrichten om ons kijkers te sensibiliseren om dieper in onze geldbeugel te tasten dan we tot nog toe doen…
    Toitoi !!
    René

RSS feed for comments on this post · TrackBack URI

Leave a Comment