|
|
Una Perla Escondida |
Hola Chicos,
Over Jaen heb ik het al gehad. Het is niet bepaald de meest idyllische plek in Perú. Er is veel criminaliteit en weinig verse vis. In de meeste toeristische gidsen staat het vooral beschreven als een hub tussen Chiclayo en Chachapoyas of de oversteek naar Ecuador via la Balsa. Niet veel te beleven.
Maar zoals overal ter wereld, hebben zelfs de meest godvergeten gaten af en toe iets exclusief te bieden. Een waar verborgen pareltje in Jaen is de koffiebar van CENFROCAFE.
CENFRO is een koffiecooperatieve, die een tweeduizendtal agricultores in Jaen, San Ignacio en Bagua verenigt, hun productie verzamelt en aan een competitieve prijs probeert te verkopen. De boeren moeten voldoen aan een aantal criteria wat betreft kwaliteit en productiehoeveelheid, in ruil daarvoor krijgen ze een stabiele en hogere prijs, staan ze dus sterker op de markt. Hetzelfde principe geldt voor de organisaties zelf, met fair trade labels (eerlijke handel en ecologisch verantwoorde productie, u kent ze wel: Oxfam, Rainforest alliance, Juan Valdez,…).
De laatste maanden breng ik een dag per week door in Jaen, voor de capaciteitsopbouw van medewerkers van Cenfrocafe en een andere organisatie (Sol y cafe, Zon en koffie
). Voormiddag: Cenfro; namiddag: Sol y Cafe; over de middag: koffiebar. Een caffeïnerijke dag.
De vers gemalen koffie waarmee ze de espressos maken in de cafeteria is niet alleen vol van smaak, met een perfecte zuurtegraad, fruitige accenten en een romige textuur (neen dat heb ik niet van het etiket
), ze hebben ook een deftig espressomachien en weten bovendien hoe ze ermee moeten werken. De cappuchinos worden steevast geserveerd met tekeningen in het melkschuim, de inrichting is stijlvol en sober, de bediening vriendelijk. Je kan er tamales (gestoomde maïshapjes) en chocoladecake eten, en ze hebben hun eigen huiscocktail, steevast a point geserveerd, de Café Sour (variant van de pisco sour).
Mijn enthousiasme komt misschien wat bevreemdend over, maar je moet weten dat Jaen en San Igancio tot de armste regios van Perú behoren, het gebrek aan middelen is echt wel frappant. Zoiets hier uitbaten, chapeau.
Wat doe ik nu van nuttigs in dat alles, behalve door als trouwe klant de vraag en zo de prijs van de cafe sours op te drijven? De korte versie (voor de geïnteresseerden, onderaan iets uitgebreider):
Het Pro-SNTN werkt in de invloedssfeer van het Santuario, die een groot deel van de Provincie San Ignacio omvat. San ignacio (en Jaen) is een synoniem voor koffie. Goeie koffie.
Gezien het feit dat zowat iedereen in het gebied een chacra of finca met koffie heeft (op de hoogtes waar koffie te verbouwen valt dan, ruwweg tussen de 800 en de 2000m) en dat een heel groot deel van de inwoners voor hun levensonderhoud grotendeels afhankelijk zijn van de koffieteelt, is het dan ook maar logisch dat het project zich voor een groot deel met het thema bezighoudt.
Er is aandacht besteed aan koffie op alle niveaus: een duurzamere, beter rendabele productie, een betere behandeling na de oogst (zeer belangrijk voor de kwaliteit) en een betere vermarkting.
Ik functioneer als enkele radertjes (het is een groot project, met vele kleine radertjes
), en op elk van die niveaus, door verantwoordelijk te zijn voor een geografische database van koffiepercelen. Met behulp hiervan is niet enkel over elk perceel een hele hoop heel nuttige informatie beschikbaar, maar kunnen de percelen ook op kaarten afgebeeld worden.
Zo vormt die database een handige tool voor de organisaties: op basis van de informatie over de percelen kan de productie en verwerking bijgestuurd worden, de traceerbaarheid van de koffie wordt op een hoger niveau getild en het kaartmateriaal is snoepgoed voor potentiële klanten of fair trade labels.
Het project stopt in januari, dus behalve de database zelf hou ik mij ook bezig met het warm maken van de organisaties om dit alles zélf toe te passen. De reeds opgewarmden geef ik les in het zelf opstellen en beheren van deze gegevens en produceren van kaartmateriaal (werken met GIS).
Zodus, veel lettertjes om uit te leggen hoe ik een kleine bijdrage lever door het installeren van een systeem dat op lange termijn de kwaliteit en vermarkting van de koffie moet verbeteren.
Hasta luego,
Pieter
PS: wat meer uitgebreide info:
Gegevens verzamelen:
Capacitadores – opgeleide koffieboeren die collega´s bezoeken en lesgeven in betere productietechnieken – worden het veld ingestuurd met fiches en GPS. Op die fiches allerhande informatie ingevuld én de coördinaten van de hoekpunten van het perceel.
Opbouw en gebruik van de database:
Dat wordt dan ingevoerd in het GIS (Geografisch Informatie Systeem). Zo hebben we in het programma een tabel die gelinkt is aan alle percelen: over elk perceel kunnen we onmiddellijk alle informatie aflezen in de tabel, samenvattingen maken (bvb. Gemiddelde oppervlakte van de percelen naargelang de hoogte). De productie (kwaliteit, hoeveelheid) van een bepaald perceel kan opgevolgd worden en bijgestuurd.
Toegevoegde waarde:
Nu, zo spectaculair is dat niet, dat kan je ook in exel. Maar er zijn een aantal voordelen aan het werken met geografische data die een meerwaarde bieden. Heel nuttig is de direct afleidbare informatie over oppervlakte, perimeter en vorm van het perceel. Omdat de ligging van het perceel gekend is, kan men bijvoorbeeld analyses doen over de afstand tot een bepaald dorp, een belangrijke weg…Bovendien laat een GIS toe om dit allemaal te visualiseren en kaarten te produceren. Een kaart met alle percelen in een bepaalde vallei bijvoorbeeld. Behalve dat dit handig is voor de organisaties zelf om hun productiebasis (de percelen van de eigenaars waar ze mee werken) te conceptualiseren is het ook een potentieel belangrijk middel om de certificatie te faciliteren.
Een kaart met alle percelen binnen een bepaalde ‘base’ (vereniging van koffieboeren die op hun beurt leveren aan de organisaties zelf) bijvoorbeeld, met reliëf (waaruit je kan afleiden op welke hoogte een perceel zich bevindt, belangrijk voor de smaak en zuurtegraad), dorpen en wegen, met voor elk perceel een klein tabelletje met de belangrijkste info (variëteiten van koffie, kwaliteit van de koffie, naam van de eigenaar,…) is veel tastbaardere, overtuigendere en bovendien aantrekkelijkere informatie voor iemand die de oorsprong van de koffie wil achterhalen dan een droge tabel in exel.
Met het tonen van dit soort informatie niet enkel het product (de kaart) zelf en het verzekeren van traceerbaarheid, maar ook – en misschien vooral – het tonen van professionaliteit, wat uiteindelijk ook meer zekerheid biedt over de kwaliteit van de koffie.
Capaciteitsopbouw:
De database die we hier hebben bevat percelen van eigenaars in de invloedssfeer van het SNTN. Nu, het project stopt binnen een half jaar, dus het is de bedoeling dit alles te transfereren naar de organisaties in de regio. Voor allemaal zal het niet lukken: een aantal van hen ontbreken de middelen (vnl. opgeleid personeel). Maar bij de grotere is er meer potentieel. Opdat ze er ook iets zouden mee kunnen doen, ben ik dus bij die organisaties (momenteel 2, binnen een maand komen er nog 3 bij) personeel aan het opleiden. Het idee is dat ik hen enthousiast maak voor het hele thema en hen leer hoe ze ermee kunnen werken, zonder onze manier van werken op te dringen uiteraard. Het idee is dat ze uiteindelijk van de gegevens die ze van ons krijgen zelf kunnen uithalen wat ze nodig hebben en daar hun eigen gegevens aan toevoegen en zelf bepalen wat ze ermee doen. Voor wat betreft het verzamelen van de gegevens bijvoorbeeld, geef ik les in het gebruiken van GPS en tips hoe ze best hun gegevens ordenen (wat wij uiteindelijk via trial and error zelf hebben ondervonden).




