New:

De eerste keer het terrein en Andesgebergte in!

Niet met het vliegtuig, maar na een negen uur lange busrit over kronkelende wegen door het reuzehoge Andesgebergte, kwam ik woensdagmorgen 10 Maart eindelijk toe in Ayacucho, helemaal klaar voor wat mijn eerste terreinmissie in Perú ging zijn. Ik reisde mee met mijn Peruaanse colega Ronald die op twee plaatsen in Ayacucho (Huanta en Antaparco) technische training ging geven aan kleine lokale boerenverenigingen in het toepassen van eenvoudige irrigatietechnieken en het bereiden van ecologische mest en middeltjes om zonder pesticiden en ander chemisch gevaar plagen te bestrijden. Enorm interessant. Ik ging vooral mee als observator, ter ondersteuning en als eerste kennismaking met het uitgestrekte terrein waarin we actief zijn.

 

Helemaal “klaar” was ik eigenlijk niet de eerste dag. Ik werd namelijk geveld door het stevige hoogteverschil en de benarde busrit van de nacht ervoor. Ayacucho ligt ongeveer op 2700 meter hoogte en om er te geraken ga je over bergpassen van bijna 4000 meter. Hier had ik niet bij stilgestaan op voorhand, maar ik mocht het direct gewaar worden (misselijk, futloos, geen eetlust). Gelukkig was er Stefan, een andere “Junior Assistent” die in Ayacucho werkt en woont, die ons zijn huis ter beschikking stelde zodat ik er het grootste deel van de dag uitrustend en acclimatiserend kon doorbrengen. ’s Avonds ging het al beter en vertrokken we nog naar Huanta (1uur rijden over een goede asfaltweg) waar we de volgende dag aan onze workshops zouden beginnen.

 

Donderdag kwamen we traag op gang vanwege de Peruaanse “stiptheid” en omdat we nog vervoer moesten regelen en de nodige materialen aankopen. Maar een tijdje later zijn we goed en wel op schok met een gezellige bende boeren en (vooral) boerinnen die lid zijn van de ecologische boerenvereniging Campo Esmeralda, op haar beurt lid van ANPE. Op schok, letterlijk, want het ging over een hobbelig zandweggetje de bergen in richting de akker van één van de dames waar we zelf een irrigatie-systeem gingen maken (zie foto). Enkele buizen, een ijzerdraadje, een tuinslang, het uiteinde van een gebruikte balpen en de klus was geklaard.

Wanneer het werken er op zit, is het tijd voor een stevige boerenmaaltijd. Te midden van de velden waarop alle groenten die we eten rustig naast ons voortgroeien (o.a. versgeplukte bonen die ik als geëmancipeerde man mee mocht pellen). Verder kon ik proeven van vers cactussap en “tuna” de heerlijke vrucht van een andere cactussoort. Het decor van deze heerlijke maaltijd was trouwens ook om van te genieten…

Terug op weg naar de auto was het stevig klimmen, bovendien was ik in de felle bergzon ondertussen roodverbrand, en viel er een ouder dametje flauw. Ik was al blij dat ik, “de gringo”, het niet was en gelukkig ging alles met het dametje ook snel terug weer prima. Dat zuurstoftekort blijft blijkbaar toch parten spelen op zo een hoogtes.

 

De volgende dag zien we het vrolijke gezelschap van Campo Esmeralda terug, inclusief enkele nieuwe geïnteresseerden, en trekken we naar een andere akker. Dichter bij het dorpscentrum deze keer en een andere situatie dus. Deze man had zijn eigen waterreservoir, een waterpomp en echte sproeiers, verzorgde akkers en huis waarin hij cavia’s kweekt, waar ze hier heerlijke hoofdgerechten van maken (ik heb de kans nog niet gehad om te proeven). Hier prepareren we een soort organisch middel om beestjes te bestrijden, een combinatie van mineralen, en de betere ecologische mest (alles wat je op de mesthoop vindt overgoten met suikerwater dat de fermentatie bevordert). In de foto hieronder zie je hoe mijn colega Ronald nauwgezet elke stap van het proces uitlegt. Maar omdat we fan zijn van participatieve methodes zie je de boeren ook zelf aan het werk bij de bereiding van de mest. Na afloop vertrekken we in de namiddag terug naar Ayacucho, waar we ’s avonds nog een heerlijk jazz-concert meepikken met Stefan en Pauline.

 

Zaterdagmorgen ’s ochtends vroeg om 5 uur moeten we opstaan om op tijd en met het enige vervoer die dag naar Antaparco te geraken. Uiteindelijk zijn we wel pas tegen 7 uur echt weg, maar ja dat zijn details. Deze keer leidt de weg echt naar the middle of nowhere. Al na 20 minuten verlaten we de asfaltweg en hobbelen we nog drie uur voort over een zandweggetje dat ons tot een hoogte van 3500 meter brengt. Ik word niet misselijk onderweg en kan genieten van het ruwe maar fenomenale landschap onderweg. Eén toegangsweg naar Antaparco was dichtgeslibt door de regen, dus moesten we meer dan een uur omrijden. Al snel begin ik te begrijpen dat het er, onder andere door deze beperkte toegankelijkheid, iets minder georganiseerd aan toegaat. Op de workshop die we zaterdag nog willen organiseren komt weinig volk opdagen en al snel lopen de dingen nog minder vlot. Voor het tweede middeltje dat we wilden bereiden met het boerengezelschap van Pampahuasí, was mijn colega vergeten de nodige ingrediënten mee te brengen en zondagochtend ontdekten we dat we al om 11 uur terug richting Ayacucho moesten vertrekken, terwijl er nog twee workshops op het programma stonden. Jammer genoeg ging het enige busje dat die dag reed, dezelfde man waarmee we gekomen waren, dan al terug. Deze keer deden we er vier uur over om terug in Ayacucho te geraken, waar we rustig de namiddag doorbrachten om ’s avonds de bus op te gaan naar Lima. Daar moesten we tenslotte na onze aankomst vroeg in de ochtend fris op het bureau zitten.

 

Het viel me op dat ik door de ongeregeldheid en de moeilijke werkomstandigheden in Antaparco minder geneigd zou zijn om met deze boeren te werken. Terwijl het juist dit soort geïsoleerde gemeenschappen zijn die dit soort fundamentele steun kunnen gebruiken om hun voeding, gezondheid en economische slagkracht zelfstandig te verbeteren.

Bovendien kon ik hier wel een prachtige avond doorbrengen in een verlaten uithoek in het weidse Andesgebergte, inclusief zonsondergang en een stevig onweer. Ik mocht genieten van de lokale gastvrijheid, eenvoudig maar lekker eten bereid op een houtvuur en een goede nachtrust ergens in een afgelegen lemen huisje tussen de velden (links onderaan)…

VN:F [1.9.3_1094]
I like this
7 people like this

7 Comments »

  1. Sara said,

    March 30, 2010 - 8:42 am

    Zaaaaaaaaaalig Hannes …

    Wat een paradijs.
    Geniet ervan!

  2. Katrien said,

    March 30, 2010 - 9:39 am

    Hé Hannes, super interessant zeg, leren om irrigatiesystemen aan te leggen en mest te maken. Ja, de praktische besognes van het terrein dat is altijd even wennen, met alle onverwachte wendingen die altijd opduiken.
    En, je hebt gelijk, de meest afgelegen gemeenschappen kunnen de hulp vaak het meest gebruiken, maar het is inderdaad niet evident om op die plekken te werken… In zo’n situatie is een ‘train the trainers’ workshop misschien een optie om de lokale mensen actief in te schakelen? Afhankelijk van de context natuurlijk…

    In ieder geval, blijf genieten van die prachtige Andes! (ik ben en blijf een tikkeltje jaloers, Peru is echt een fantastisch land!)

    Veel groetjes

  3. Eveline said,

    March 30, 2010 - 9:54 am

    Waauw Hannes, dat klinkt allemaal super. Idd niet evident om tot in de verste uithoeken te raken, dat zijn de regio’s die meestal ‘overschieten’ en ook bij lokale besturen uit de boot vallen. Veel succes nog, en een goede conditie toegewenst om in de berglucht te functioneren ;-)

  4. joel said,

    March 30, 2010 - 1:26 pm

    Que viva Ayacucho !!!!

  5. Hannes said,

    March 30, 2010 - 3:50 pm

    Bedankt voor de (snelle) reacties! Ik dacht achteraf dat mijn artikel weer veel te lang zou zijn en niemand de moeite zou nemen om het door te lezen :) Maarja het blijft moeilijk voor mij om vijf zo’n intense dagen samen te vatten in enkele lijnen.

    Katrien, exact wat je zegtis onze ‘approach’. Train the trainers oftewel hier in Latijns-Amerika de methode Campesino a Campesino. De technici van ANPE reizen vanuit Lima naar alle uithoeken van het land om daar de promotores en andere geïnteresseerden van de basis-organisaties (bv. Campo Esmeralda in Huanta) workshops te geven in allerhande ecologische technieken: irrigatie, mest, bodembeheer, plagencontrole, enzovoort. (Het idee is om samen te leven met insecten en plagen, “bestrijding” is dus ecologisch gezien niet het juiste woord). Die promotores, de “leiders” binnen hun lokale boerenvereniging, trainen dan op hun beurt weer hun boeren colega’s in hun sociale omgeving. Zo kunnen eenvoudige technieken vrij goedkoop en op een duurzame manier verspreid worden. Van boer tot boer dus.

    Deze methode kent al ongelooflijke succesverhalen in andere landen van het continent (o.a. in Costa Rica en Mexico geloof ik) en daarom koos ANPE (een boerenorganisatie an sich) ervoor om ze ook toe te passen hier in Perú. Met succes lijkt me, althans voor wat ik tot nu toe heb gezien.

  6. Mattijs said,

    March 31, 2010 - 9:55 am

    Yo Boss,

    Als bewoner van het pajottenland kan ik alleen maar respect tonen voor wat je daar allemaal onderneemt… Ikzelf heb me ook vaak afgesloten/onmachtig gevoeld in de pajotse heuvels… Toch zijn we nu ook stilletjes aan op weg naar een geciviliseerde samenleving… Blijven volhouden en keep up the good work!!

    Ciao

  7. ashley said,

    April 5, 2010 - 9:21 am

    Haaa que rico me parece!!
    Saludos from Quy Nhon

RSS feed for comments on this post

Leave a Comment