|
|
Desprendimiento de tierras – de instabiele link tussen twee steden |
De link tussen La Paz en de zusterstad El Alto waar Marie en ik werken wordt, zoals ze reeds beschreef in haar blog (LINK) van oudsher gevormd door de “Ceja”. Dit was lang de enige grote verbinding tussen beide steden en is ook vandaag nog de belangrijkste toegang tot La Paz vanuit de hoger gelegen Altiplano (hoogvlakte op ongeveer 4000m) waar zich ook de internationale luchthaven bevindt.
Het verschil in topografie tussen twee steden kan haast niet groter zijn dan tussen La Paz en El Alto. De eerste strekt zich enkele tientallen kilometers uit over de valei van de Choqueyapu-rivier en ligt tussen ong. 3000 en 3800 m hoogte. El Alto bevindt zich vlak boven La Paz in de eerder vermelde Altiplano. Deze hoogteverschillen weerspiegelen zich tevens in de sociale klassen. Zo is het zuiden van La Paz, de zogeheten Zona Sur, het rijke deel van de stad. Hoe hoger je gaat, hoe lager op de sociale ladder, met als eindpunt de zusterstad El Alto.
De overgang tussen de valei van de Choqueyapu en de Altiplano, de grens tussen beide steden waar zich dus ook die ‘Ceja’ bevindt, is echter eerder fragiel te noemen. Regelmatig komen er aardverschuivingen voor die tientallen huizen met zich meeslepen. De redenen dat dit vaak voorkomt zijn van velerlei aard.
Zo is het eerder aangehaalde verschil in sociale klasse ook bepalend voor de bouwwijze. Op de flanken van de valei vindt men de goedkoopste percelen waar vaak illegaal gebouwd wordt. Dit gebrek aan controle leidt tot het bebouwen van terreinen die in zogenaamde ‘rode zones’ liggen – de meest fragiele delen van de flanken. Ook de aard van de constructies is niet altijd aangepast aan het soort terrein. Deze combinatie zorgt ervoor dat als er een aardverschuiving plaatsheeft, deze huizen weinig kans hebben overeind te blijven…
De geologische condities zijn helaas ook niet echt in het voordeel van de bewoners van de grenszone tussen beide steden. De steile hellingen bestaan voornamelijk uit gemakkelijk los te maken, onsamenhangende afzettingen. Je kan het een beetje vergelijken met een hoop dichtgepakt zand met keien in… Als je er een kei uittrekt heb je meteen een klein zand/steen – lawinetje…
Deze onsamenhangende afzettingen kunnen door water verzadigd raken (met mogelijke aardverschuiving tot gevolg) door een aantal verschillende factoren, die het meest voorkomen in de zomermaanden (regenseizoen, tussen oktober en maart). Deze zijn: regen, overstromingen, verhoging van het grondwaterpeil dat samenhangt met dat van het naburige Titicaca-meer en menselijke activiteiten. Deze laatsten moeten dan vooral gezien worden als ontbossing van de flanken voor constructie…
Het menselijk leed dat dit alles met zich meebrengt is natuurlijk enorm. De bewoners van beide steden vrezen meer van dit soort aardverschuivingen, vermits de wijzigende klimatologische omstandigheden de hevigheid van de regens in de hand werkt…
Na dergelijke tragedies blijft er steeds een groot gapend gat in de volgebouwde valeiwand achter, dat als en kleine ground-zero herinnert aan de zoveelste ramp. Herbestemming is vaak om praktische en sentimentele redenen onmogelijk, en dus blijven deze ‘gaten‘ vaak zoals ze zijn, of worden ze na een tijdje nogal respectloos gebruikt als illegaal stort…
In een recent initiatief van de stad La Paz werd hier voor één dergelijke zone alvast een mooie oplossing gevonden. De wijk Cotahuma, die enkele jaren geleden getroffen werd door dergelijke aardverschuiving werd opgewaardeerd met een eco-park, dat de leemte die overbleef op een nuttige wijze moet invullen.
De stad El Alto heeft op haar grondgebied ook enkele van deze getroffen gebieden. Een deel van mijn werk bestaat erin een ontwerp uit te denken voor een dergelijke zone. Voor El Alto zijn hier enkele unieke kansen weggelegd. Zo is er een chronisch tekort aan openbare, groene ruimten, mogelijks kan er een deel voorzien worden voor passieve afvalwaterbehandeling (een ander pijnpunt) en kan het eco-park een educatieve functie vervullen…





