|
|
Ayacucho op zijn best |
De tweede week in Ayacucho verliep erg chaotisch. Maandag had ik nog gevraagd waarmee we ons nuttig konden bezig houden. Het antwoord: “Je kan wat afspraken maken met de gerenten van de verschillende productieve ketens om samen te kijken welke activiteiten je dit jaar nog kan verwezenlijken“. Fijn, we konden ons verder nog rustig inwerken.
Dinsdag brak de hel gedeeltelijk los. “Estéfan y Paulina, maandag komt een delegatie van de minister. Zorgen jullie nog voor negen banners van twee meter op één meter twintig waarin de verschillende ‘cadenas productivas’ (productieve ketens) voorgesteld worden aan de hand van foto’s of fotocollages en een bijhorende tekst per ‘eslabon’ (schakel)? Oh ja, en er moeten ook nog per cadena vier losstaande foto’s op maat A2 worden afgedrukt. Met dit alles kunnen jullie dan de ‘estands’ helpen inrichten. Vanaf de namiddag komen de gerenten één voor één langs om te bespreken welke materialen ze moeten bezorgen”. Tot mijn verbazing kwamen er tijdens de namiddag ook enkele gerenten langs om de productie van het promotiemateriaal te bespreken. Eén van hen had zelfs al foto´s bij. Uiteraard kwam de rest van het materiaal slechts met mondjesmaat binnen. Vaak waren de foto´s ook totaal onbruikbaar wegens veel te lage resolutie, alsof ze met een gsm genomen waren.
Donderdag brak de hel helemaal los. Eindelijk hadden we van een aantal cadenas voldoende materiaal om te beginnen aan de banners. Rustig doorwerken zat er niet in. Om de haverklap kwamen één of meerdere gerenten ons bureau binnen om uitvoerig te praten over hoe zij het zagen, ons werk te bespreken, foto´s en teksten af te geven, andere foto´s en teksten dan degene die we al verwerkt hadden aan te brengen met de vraag of we die nog konden veranderen en te vragen hoe ver we al stonden met het werk aan hún promotiemateriaal. Tijdens de middagpauze en na de normale werkuren vlotte het werk. Donderdag en vrijdag werkten we ongeveer van 09u tot 22u, met een uurtje pauze om een snelle maaltijd te versieren. Vrijdag kwam nog een extra opdracht: het maken van nog een banner voor de officiële opening van Carta Sac, een lokale artesaniewinkel. Ondertussen was de komst van de delegatie gelukkig ook met een dag uitgesteld. Zaterdag werd nog nieuw materiaal aangebracht en werd nog uitvoerig bediscussieerd welke teksten en foto’s toch echt wel anders moesten, hoewel ze door de gerenten zelf waren aangebracht. Die dag ben ik tegen 21u gestopt met werken, niet omdat het werk volledig gedaan was, ook niet omdat ik er de brui aan gaf. Dat laatste deed mijn laptop voor mij. Met één van de vele USB-sticks die in mijn werkbak geplugd werden kwam een virus mee. Mijn beschermingsprogramma bleek er niet tegen bestand.
Hoewel alles hier nogal last-minute gebeurt, en dit door mijn westerse werkvisie tot niet-zoals-ik-het-graag-wilde resultaten leidt, geef ik graag toe dat de Peruvianen op die laatste momenten nog een hoop werk kunnen verzetten. De voorlopige versie van mijn banner voor de opening van Carta Sac, die gelukkig ook nog op een andere computer (zonder grafische programma’s, zodat ik op die machine niet verder kon) stond opgeslagen, werd door de lokale drukkerij nog aangepast aan alle last-minute veranderingen die de organisatie van mij verwachtte. Het design leek in niets meer op wat ik gemaakt had maar alle informatie pronkte, afgedrukt op een twee meterhoge banner, naast de linten die door de belgische ambassadrice en de vervanger van de minister werden doorgeknipt.
Beseffen dat het werk dat je, tijdens je normaalgezien vrije zaterdag, maakte niet gebruikt wordt heeft best een frustrerend effect op het moment dat je dit bemerkt. Kwaad kan je er uiteraard niet voor zijn omdat iemand anders je uiteindelijk heeft verder geholpen terwijl je dat zelf niet meer kon. Het is, denk ik, wel een typisch gevolg van het feit dat de Peruvianen vaak tot op het laatste ogenblik wachten om iets in orde te brengen. Een feit dat ik hier ongetwijfeld niet zal, en ook niet wil veranderen. Als dit soort dingen niet zouden gebeuren zou ik waarschijnlijk niet het gevoel hebben in Zuid-Amerika te werken.


