|
|
De Mythos van VDOS |
Alles was weer mooi geregeld. Ik zou 3 weken bij Gusto blijven slapen in Brussel. Lexn, zijn huisgenoot, sliep 2 etages hoger in dezelfde appartementsblok bij zijn duiveke en dus kon ik op een matras in zijn kamer slapen. Ik moest enkel de matras elke morgen tussen kast en muur schuiven zodat Lexn zijn kamer overdag kon gebruiken om te componeren. Camping de Luxe, quoi.
Ik kwam met de trein van 22.20 in Brussel toe en informeerde naar de coördinaten van de compagnie. “Ah, onzen rwandees is daar eindelijk”. En dat Grietje die avond ook zou blijven slapen op de zetel en ze momenteel in de Lord Byron zaten. Ik at nog een moussaka in de Fin de Siècle, we dronken nog een pintje maar sloten de avond vroeg af. Ik wou fris zijn voor mijn eerste dag op de opleiding en de anderen moesten ook werken.
Gusto en ik wandelden met frisse ochtendmoed samen naar ‘het werk’. Eens hij zijn eigen weg was ingeslagen en ik nog alleen de Hoogstraat doormoest, begon ik mij af te vragen met welke soort mensen ik in de opleiding zou zitten. Op straat zag ik in elke voorbijganger van tussen 20 en 30 een potentiële VDOS-coöperant.
In de inkomhal van het BTC-gebouw zaten al de 3 eerste ‘collega’s’ te blinken rond een tafeltje. We mochten al naar boven om aan het Fair-trade welkomstontbijt te beginnen. Een van hen ging naar Uganda, een andere naar Burundi, en nog een andere naar Peru. Ochtendfrisse coöperanten bleven toestromen. Ik leerde al Jef de koffie-addict kennen, Elena die naar Senegal zou gaan en nog wat gelukkigen. Hier onder gelijkgezinden vonden we het allemaal normaal dat de ene naar Peru, de andere naar Dakar vertrok. Allemaal klaar voor een stap in het onbekende, een project ten behoeve van de medemens en a bike-ride on the wild side.
Iedereen bevroeg elkaar over de andere zijn project en de bijhorende context, had het over de vriendin die moest meekomen of achterblijven of sprak zijn twijfels uit. Wat me opviel, was dat iedereen met meer vragen zat dan met kennis over zijn project, en dat ze op de BTC tot nu toe blijkbaar nogal spaarzaam waren geweest met info over onze toekomstige job. Wilden de medewerktsters omkadering & opvolging het lekker spannend houden voor ons, of mochten we dit al zien als een waarschuwing? Was dit een voorbode op een leven en werksituatie waarin we zouden moeten leren omgaan met een hoge mate van onzekerheid in een complexe context? Mijn voorgevoel en latere lessen van onze VDOS-opleiding leerden me dat Daphnée, Silvy en Monica geen dames zijn die spelletjes spelen, hoe joviaal ze soms ook mogen overkomen.
Na het ontbijt was er een sessie ijsbreken gepland. Ervoor was al een klein beetje duidelijk geworden welke de babbelaars waren, en wie zich over het algemeen wat kalmer zou houden tijdens de komende weken. Dit uurtje gepland kennismaken was zo ingericht dat we telkens met zijn drieën gerichte vragen stelden aan elkaar en ook hier verschilden de social dynamics duidelijk per groepje. Met de ene bleef het bij een korte conversatie over elkaars project of studies, met de andere was er zeer snel die klik die zorgt voor een switch-over naar een meer onverscholen chit-chat zonder al te veel barrières.
Volgende lessen behandelden praktische vragen, een praktische presentatie van BTC en VDOS, en de administratieve kant van het coöperant zijn. Die eerste dag had ik al een eerste briefing met mijn EST (Expert Sectoriel Thématique) en mijn GEO (Expert Geographique). Samen met Vincent, die ook naar Rwanda vertrekt, wachtte ik op Yves Couvreur en Anne-Pierre Mingelbier. Yves was een typische oude rot in het vak en kon ons uit het vuistje heel wat info bezorgen over de situatie waarin we zouden terechtkomen en zaken waarop we moesten letten. Anne-Pierre was nog niet zo ervaren en zou net de dag erna voor de eerste keer naar Rwanda gaan. Yves stelde ons nog voor aan zijn collega-landbouw experts en na een lange dag vol nieuwigheden en misschien nog meer vragen in ons hoofd, konden we naar huis.
De volgende week was iedereen opgetogen dat we een laptop meekregen naar het terrein (BTC geeft u die niet, BTC leent u die uit!). Voorts werden we allemaal ingewijd in de wondere wereld van de Project Cycle Management. Voor iedere oplossing een probleem, en die oplossing moet van iemand komen zou ik zeggen. Verder vond Thomas het plezierig me er tijdens onze les aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde herhaaldelijk op te wijzen dat in Rwanda zowat elke ziekte voorkomt waarvoor ook maar een vaccin bestaat. Voor elk vaccin een ziekte, en die ziektes moeten ergens voorkomen zou ik dan zeggen. Toen ik het ITG verliet, voelde ik me als een Seat Ibiza op een tuning meeting van de Low Flyers: boosted, untouchable en met expansies. Ik had een upgrade van 7 injecties achter de kleppen. Goed dat het rabiësvaccin erbij zat, we zijn al dol genoeg.
Tijdens deze eerste week zijn we allen vooral wat gemakkelijker met elkaar beginnen omgaan. Enkele groepsopdrachtjes en lessen in kleinere groepen zijn –intentionally or not- tijdens het begin van de opleiding gepland en zorgden ervoor dat een gemoedelijke sfeer ontstond. Woensdag was het dan meteen al prijs. Tot nu toe was de groep na schooltijd altijd uiteen geblazen en iedereen richting station, centrum of nog elders gestoven (gestuifd voor niet-West-Vlamingen). Tijdens het laatste uurtje van onze les stond die dag echter het raam open en kwam plots een zeer kleurig vogeltje binnengevlogen. Het fladderde wat rond in ons lokaal en begon ons in de oren te piepen. Het wou ons blijkbaar wat duidelijk maken maar we konden het mooie beestje maar moeilijk verstaan. We mogen dan wel een bende met polyglot-allures zijn, dat vogelgedoe valt toch maar moeilijk te begrijpen. Plots was er toch iemand die het verstaan had: “Eh, les gars, vous allez boire un coup?” Un coup werden er twee en de rest volgde. Uiteindelijk schoten Sarah, Maxime, Jef en ik over. Maxime nodigde ons uit om bij hem iets te gaan eten en erna gingen we nog wat nababbelen op café. De nacht liep langer uit dan gepland, maar jonge beentjes verdragen veel. “Il faut se faire mal” zei Maxime de vrijdag nadien. Gemakkelijk praten als je door een lichtjes verschillende planning als franstalige de dag ervoor niet om 6.30u hebt moeten opstaan en naar Antwerpen reizen om daar een diareeks over SOA’s en tropische ziektes te bewonderen.
Ik had al enkele weken gepland om met enkele vrienden naar een debat te gaan dat voor velen van ons wel interessant zou kunnen zijn. Na de gemoedelijke sfeer van vorige week vond ik het idee dat enkele VDOS’ers zouden meegaan, wel uiterst aantrekkelijk. Ik heb naar heel de groep een mail gestuurd. Het initiatief werd goed onthaald, en sommigen zien het echt zitten om mee te gaan. Elena heeft als antwoord zelfs al enkele data voorgesteld om met de hele bende een stapje in de wereld te gaan zetten.
Mijn vader zei me ooit dat hij zijn grootste momenten van inspiratie is tegengekomen op de weg van wakker naar slaap of terug. Marc Colpaert attendeerde ons er tijdens de BTC-infocyclus op dat men tijdens de late uurtjes gemakkelijker in contact treedt met de mythos. Ik weet niet waar ik nu sta op de weg, maar de weg naar mijn bed is de kortste van allemaal.
Good night

