New:
avatar

Het project PADAP-Kirundo?

Mwaramutse!

Met wat vertraging toch een eerste berichtje over mijn reilen en zeilen hier!

Het kleine Burundi heeft zowat de vorm van een hart, een echt hart uit de biologieles wel te verstaan en niet het roze of peperkoeken exemplaar. Als je op zoek gaat naar de aorta van dat hart, helemaal in het noorden, kom je vanzelf in de provincie Kirundo uit, het actieterrein van het project waar ik deel van uitmaak. Onze bureaus, onze uitvalsbasis als het ware, zijn centraal gelegen in het hoofdstadje van de provincie, het gelijknamige Kirundo, een naar Belgische normen middelmatig groot dorp van 10.000 inwoners. Dat klinkt ergens banaal, en zo ziet het er op het eerste gezicht ook uit, maar het stadje heeft een niet te onderschatten centrumfunctie. Kirundo heeft weliswaar nog geen bibliotheek, maar het telt, naast de verschillende ngo’s, een ziekenhuis, een gerechtshof, een militaire kazerne, een grote marktplaats, een viertal banken, talloze hotels, bars en restaurantjes, een voetbal-, basket- en tennisplein (jammer genoeg mankeert er nog een zwembad), een moskee (zonder enig benul van de wet op geluidsoverlast), een aantal protestantse en pinksterkerken, een katholieke kathedraal en bijbehorende kloostergebouwen, enkele tankstations (die vaak droog staan) en uiteraard een klein discotheekje. Af en toe loopt de tribune van het voetbalstadion vol, twee keer per week wordt er een grote markt gehouden en ‘s zondags gaat iedereen op zijn paasbest naar de ochtendmis…

Voor de rest is de provincie één groot landbouwgebied. Er zijn weliswaar nog een aantal andere centrumplaatsjes (de provincie is ingedeeld in 7 gemeenten), maar het overgrote deel van de families leeft dicht opeen in schamele kleine huizen en moet het rooien met wat hun lapje grond voortbrengt. En in het wat lager gelegen noorden van de provincie is zelfs dat de laatste tijd, door het uitblijven van de normale regenval, niet voldoende. Dat merkten we duidelijk op tijdens een door ons georganiseerde boerenbijeenkomst in de gemeente Bugabira. Naast de administratie en de gemeentelijke landbouwingenieur en veearts, was er slechts één iemand komen opdagen. De rest had zijn kat gestuurd, omdat juist op hetzelfde moment een kolonne vrachtwagens, gevuld met zakken voor de voedselbedeling, de gemeente binnentrok.

Ons project, het project PADAP-Kirundo (Projet d’Appui au Développement Agricole de la Province de Kirundo), is er juist om dat soort situaties in de toekomst te helpen voorkomen. De voedselproductie verhogen en de vermarkting ervan stimuleren. Geen eenvoudige opgave. Maar we zijn eraan begonnen! De eerste bijeenkomsten in de verschillende gemeenten zijn afgerond. Deze hadden tot doel de gemeentelijke diensten en de coöperatieven enerzijds op de hoogte te brengen van het bestaan van ons project, en anderzijds gegevens te vergaren over de aanwezigheid en de activiteiten van de coöperatieven in de gemeente.

Een eerste luik van ons werk zal erin bestaan om met een aantal bestaande coöperatieven verspreid over de provincie een reeks kleinschalige projecten uit de grond te stampen. Hierbij richten we ons vooral op coöperatieven die zich bezighouden met de melkveehouderij, het vangen of kweken van vis of het verbouwen van rijst, aangezien een voorstudie uitgevoerd door het Franse IRAM (Institut de Recherche et d’Application des Méthodes du Développement) uitgewezen heeft dat deze activiteiten de veelbelovende troeven voor de provincie vormen.

Uiteraard zal de inhoud van deze projectjes voor een groot deel afhangen van wat de coöperatieven zelf aandragen. Toch zijn een aantal van onze actiepunten reeds vastgelegd in het werkplan of het DTF (het Dossier Technique et Financier), dat gebaseerd is op een voorstudie van het IRAM. Voor de melkveehouderij zullen we o.a. de kruising van lokale rassen met rassen uit Oeganda stimuleren. Dit moet zorgen voor een verhoging van de melkproductie van 1 tot 2 naar 6 tot 8 liter per koe per dag. Daarnaast zullen we trachten een voormalige kaasmakerij opnieuw op te starten. Voor de visvangst zullen een aantal aanlegsteigers geconstrueerd worden, evenals een aantal centra de vis gedroogd of gerookt kan worden. Viskwekers zullen kunnen rekenen op technische ondersteuning bij het herstel en onderhoud van hun visvijvers. En voor de rijsttelers wordt een herinrichting van de rijstvelden voorzien, naast de aankoop van een aantal machines voor het pellen van de rijst. Tevens zal aandacht geschonken worden aan het verbeteren van de opslagmogelijkheden, door een aantal hangars te bouwen. Een belangrijke overkoepelende poot voor de verschillende sectoren is het verzekeren van de kredietverstrekking voor de coöperatieven. Daartoe zal het project zich, na grondige studie van de kredietaanvraag, garant stellen bij de bank of financieringsinstelling.

Al deze maatregelen moeten enerzijds als voorbeeld dienen voor de andere coöperatieven, en anderzijds is het de bedoeling dat het pilootprojecten worden waar we kunnen uit leren en in een latere fase van het project kunnen op voortbouwen. Natuurlijk staat zowat elke coöperatieve wel te springen om aan deze pilootprojecten deel te kunnen nemen. En natuurlijk zijn sommigen zelfs bereid enkel daarom al een nieuwe coöperatieve te beginnen. Maar papieren coöperatieven kunnen we natuurlijk missen als kiespijn. Daarom zullen wij ons eerst en vooral toespitsen op het afnemen van enquêtes bij deze coöperatieven om een idee te verkrijgen over de interne sociale structuur en de professionaliteit van elk van hen. Op basis daarvan, en in samenspraak met de vertegenwoordigers van de verschillende sectoren, van de gemeentelijke en provinciale diensten en van de bestaande ngo’s, zullen wij beslissen met welke coöperatieven we nauwer gaan samenwerken.

Een tweede luik van het project omvat de uitbouw van het CAI, het Centre d’Appui aux Initiatives. Het CAI heeft, zoals de naam het zegt, tot doel een kenniscentrum te zijn waar coöperatieven, maar ook privépersonen, terecht kunnen voor raad op technisch, organisatorisch, juridisch en financieel vlak. Om precies de belangrijkste speerpunten van het CAI te bepalen, zullen we in de hele provincie een 25-tal interactieve bijeenkomsten organiseren, waarop iedereen welkom is en uitgenodigd wordt om samen de belangrijkste noden en tekorten te formuleren. Om deze thema’s nadien concreet en snel aan te pakken, zal het CAI een reeks opleidingen, gepaard gaand met studiereizen, organiseren. Dit kan bijvoorbeeld een opleiding zijn rond kunstmatige inseminatie bij runderen, maar evengoed rond het financieel beheer van een coöperatieve. Bedoeling is dat het CAI op termijn een op zichzelf staand en onafhankelijk bureau wordt, dat ook in zijn eigen financiering kan voorzien, door zich voor zijn diensten te laten betalen. Op lange termijn, als de commercialisatie zich kan voltrekken en een aantal coöperatieven over voldoende middelen beschikt, zou dat mogelijk moeten zijn.

Een derde luik bestaat er juist in de commercialisatie van de producten te versterken. Opnieuw zal hierbij in een eerste fase gestart worden met enquêtes, om de economische keten voor elk van de producten te ontrafelen en een idee te krijgen van de prijzen en winstmarges. Met behulp van die gegevens zullen we nadien de nodige maatregelen nemen om eventueel bestaande monopolies te doorbreken en op die manier artificiële prijsregulatiemechanismen te voorkomen. Het aanpassen van het zaaischema en de teeltkeuze behoort tot een van de vele mogelijkheden om niet alleen de voedselzekerheid, maar ook de marktzekerheid te vergroten. De verwerking van de initiële producten zal eveneens gestimuleerd worden. Bovendien kunnen we contacten tussen bepaalde schakels in de keten proberen versterken, zolang dit er maar toe bijdraagt dat het inkomen van de kleine producenten gegarandeerd wordt.

Het vierde en laatste luik bestaat in de institutionele ondersteuning. Dit luik is wat ons project, een bilateraal project, onderscheidt van de projecten van ngo’s die in dezelfde sector werken. De samenwerking met de gemeentelijke en provinciale diensten die zich toeleggen op de landbouwsector, is voor ons project een kernpunt. Dit houdt onder andere in dat de landbouwingenieur en veearts werkzaam in elke gemeente, op een motor kunnen rekenen om hun terreinwerk op professionele wijze te kunnen verrichten. Daarnaast is het vooral de provinciale dienst DPAE (Direction Provinciale de l’Agriculture et de l’Elevage), die de gemeentelijke diensten coördineert, die zeer nauw bij het hele project betrokken zal worden. Bedoeling is dat zij op de hoogte is van elke stap die gezet wordt en dat zij voor bepaalde beslissingen mee rond de tafel gaat zitten. De kerngedachte is immers dat, wanneer de BTC haar troepen ooit terugtrekt uit Kirundo, het DPAE de opvolging van het project in handen neemt. Om haar taken te kunnen uitvoeren, wordt zij ondertussen ook voorzien van de nodige transportmiddelen, computers en allerhande ander nuttig materiaal.

Voilà. Tot daar een korte schets van het project PADAP-Kirundo.

Binnenkort meer!

 

VN:F [1.9.21_1169]
I like this
0 people like this

1 Comment »

  1. avatar

    veronique coppin said,

    January 28, 2010 - 11:03 pm

    dag Jeroen,

    volgende week kom ik op missie met artsen zonder vakantie naar Bujumbura. In het weekend ben ik vrij en zou ik samen met mijn collega een uitstapje willen maken naar Kirundo. Ik slaag er echter niet in om via het internet enig idee te krijgen van waar we daar kunnen logeren. Kan u me verder op weg helpen?
    beste dank,
    Veronique.Coppin@telenet.be

  2. avatar

    veronique coppin said,

    January 28, 2010 - 11:03 pm

    dag Jeroen,

    volgende week kom ik op missie met artsen zonder vakantie naar Bujumbura. In het weekend ben ik vrij en zou ik samen met mijn collega een uitstapje willen maken naar Kirundo. Ik slaag er echter niet in om via het internet enig idee te krijgen van waar we daar kunnen logeren. Kan u me verder op weg helpen?
    beste dank,
    Veronique.Coppin@telenet.be

RSS feed for comments on this post · TrackBack URI

Leave a Comment